Ze raast me tegemoet, al vapend op haar fat bike.

Ik schat haar een jaar of 12, lange haren, wapperend achter haar snelheid aan.

De hand die nog over is rust niet op het stuur, maar omklemt haar mobiel met stevige grip.

Ik stoor me er niet aan.

Wellicht als het Marco, Gio en vapende Delano achterop waren geweest, had ik even, hoofdschuddend, mijn afkeuring laten blijken, maar zij brengt me terug naar mijn jeugd.

Op haar leeftijd had ik net mijn eerste fiets, een gewoon ouderwets trapijzer.

Amper een jaar eerder leerde ik pas fietsen.

Dat is en was, op latere leeftijd. Maar als kind geboren in 1961, midden in de Amsterdamse Jordaan, kreeg ik niet eerder de kans.

Als enig kind van mijn moeder werd ik gekoesterd, beschermd, in de watten gelegd en mocht ik vooral geen enge dingen doen. Fietsen was eng, daar was mijn moeder vrij stellig in.

In de `drukke` binnenstad van Amsterdam, 1965, ging zei haar meisje daar absoluut niet aan blootstellen.

Ook de rolschaatsen die ik van een “bevriende oom” voor mijn verjaardag kreeg, moesten terug naar de winkel en werden geruild voor een roze teddybeer.

Het zorgde er wel voor dat ik niet direct een durfal werd en dat gevoel wist ik pas tientallen jaren later van me af te schudden, hoewel het nooit helemaal verdwenen is.

Die drukte moet trouwens wel heel relatief zijn geweest, maar ik vermoed dat nozems op hun hippe brommers, mijn ouders dezelfde angst in boezemde, als de jeugd op de fat bike nu.

Op mijn tiende verhuisden we naar het `pittoreske` Purmerend en daar durfde ze het wel aan.

Zijzelf leerde me fietsen en na een wankel begin, kreeg ze me er niet meer af.

Inmiddels, meer dan 50 jaar later, doe ik nog alles op dat ding.

De gewone, is inmiddels wel ingeruild voor een elektrische, 70 km heen en weer naar mijn werk, maakte die keuze makkelijker en mijn rijbewijs zit al jaren, werkloos, in mijn portemonnee.

Je weet maar nooit.

Fietsen staat voor mij synoniem aan vrijheid en geluk.

Al trappend zing ik liedjes, in mijn hoofd verzin ik verhalen, schrijf hele boeken, geniet van ontluikend groen, of hele nare regenbuien, het maakt niet uit.

Hoe zal het dit meisje vergaan, vijftig jaar verder in ons bestaan?

Wellicht gaan haar gedachten terug aan de tijd dat ze, met haar haren in de wind, zorgeloos naar school vloog.

Toen nog met haar vape in de hand en Snap in het vizier.

Zal ze terugdenken aan haar goede oude tijd? Ik vermoed zo maar van wel