Almere en het kasteel

Wie langs de A6 rijdt, kan het onmogelijk missen: de contouren van een droom die halverwege strandde. In dit schrijfsel kijk ik met een knipoog en een kritische blik naar Kasteel Almere, de eeuwig onafgemaakte burcht en het dilemma tussen sprookje en bittere woningnood.

Almere heeft wederom plannen met haar Kasteel.

Nu is kasteel iets te veel eer voor de betonnen kolos die al zo´n 25 jaar een niet te missen plek inneemt langs de snelweg, zo vlak voor de afslag Almere stad.

Vond ik het destijds wel een interessant idee, naarmate er echter helemaal niks met het casco gebeurde maakte leuk plaats voor belachelijk.

Er zijn nu wilde plannen om het gebied te gaan bebouwen.

Waar vooral behoefte aan is, zijn huizen en ja die staan ook op stapel, maar het huidige onderkomen van wellicht vleermuizen en een verdwaalde kerkuil moet wederom in haar nooit bereikte oude glorie herrijzen.

Kastelen zijn toch voornamelijk megalomane bouwwerken die destijds werden gebouwd om de regerende vorsten te beschermen tegen eenieder die het in zijn hoofd haalde de desbetreffende man of vrouw van zijn of haar troon te stoten.

Hoe romantisch ze heden ten dage ook lijken, het waren voornamelijk grote tochtgaten, die door hardwerkend gepeupel, met pek en veren werden beschermd tegen de vijand.

Ooit in een ver verleden maakte ik, vader, ex, en schoonmoeder, een bont en ongezellig gezelschap een reis door de Schotse hooglanden. Destijds zonder Google of Booking koos ik de overnachtingen op basis van een klein boekje, met de `leukste `hotels ter plaatse. Ik kan niet anders dan benoemen dat ik er hele bijzondere slaapplaatsen mee heb weten te scoren en een daarvan was er een `echt `kasteel.

Het was aangekocht door een voormalige Londense pub-eigenaar en zijn vrouw. Zij bestierde een soort B&B avant la lettre, maar dan met een flinke scheut middeleeuwse grandeur. Hij hield zich bezig met een wat minder alledaagse bezigheid.

In zijn geheime kerker assembleerde hij namelijk middeleeuwse wapenuitrustingen, die hij vervolgens tegen exorbitante bedragen aan voornamelijk Amerikaanse toeristen wist te slijten. Waarschijnlijk waren die ervan overtuigd dat ze met zo'n harnas thuis ook meteen een adellijke titel konden aanvragen.

De kasteelvrouwe serveerde die avond een stevige lamsbout, terwijl haar echtgenoot ons tijdens het eten trakteerde op een sappig spookverhaal.

Het haardvuur knapperde behaaglijk, de wijn vloeide en de sfeer was precies zoals je die in een Schots kasteel mag verwachten.

Het kasteel had namelijk een eigen spook.

Een dame, die zich volgens de overlevering op de meest onverwachte momenten liet zien. Ze verscheen in een groenige gloed en verspreidde daarbij een onmiskenbare geur van appels.

Goed gevoed en tevreden togen we naar onze torenkamers met bijpassend hemelbedden.

Midden in de nacht schrik ik wakker van een panikerende man die luidt roept: “Daar is ze”.

Half slapend vraag ik wie er is.

Inmiddels is ex-man volledig de weg kwijt en roept: “Het spook”.

Ik ruik geen appels en zie alleen een felrood schijnsel de torenkamer verlichten.

Ik richt me op en zie uit mijn ooghoek de felverlichte cijfers van de wekkerradio, laat hem in de waan en slaap verder.

Kastelen doen gekke dingen met een mens.

Maar Almere, een moderne stad van vijftig jaar oud, die zich opnieuw wil omringen met de grandeur van een vijfhonderd jaar oud bouwwerk.

Ik vraag me werkelijk af of we daar behoefte aan hebben.

Natuurlijk, een kasteel spreekt tot de verbeelding.

Maar misschien moeten we eens ophouden met het najagen van een romantisch verleden dat Almere helemaal niet heeft.